Documentatie medezeggenschap gepensioneerden
Redactie: drs. Erwin Nypels, oud-lid Tweede Kamer voor D66.
Haven voor initiatiefvoorstel medezeggenschap gepensioneerden in zicht
donderdag 26 januari 2012

Op 24 januari 2012 heeft in de Eerste Kamer de plenaire afhandeling plaatsgevonden van het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Koser Kaya (D66) en Blok (VVD) over de medezeggenschap van gepensioneerden in pensioenfondsbesturen. De Eerste Kamer zal over het wetsvoorstel stemmen aan het begin van de volgende vergadering op dinsdag 31 januari 2011.  Hiermee nadert de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel, na ernstige vertraging, zijn voltooiing. 

Het voorstel is op 18 juli 2008 bij de Tweede Kamer ingediend. Door verschillende oorzaken is de parlementaire behandeling vertraagd. Zo wilden de meeste fracties uit de Tweede Kamer in de beginfase van de behandeling wachten op de resultaten van de evaluatie van het tweede medezeggenschapsconvenant van de Stichting van de Arbeid en CSO (samenwerkende ouderenorganisaties). Deze resultaten lieten geruime tijd op zich wachten. De evaluatie toonde overigens aan dat tenminste 70% van de gepensioneerden niet was vertegenwoordigd in de besturen van hun pensioenfondsen. Vervolgens ontstond opnieuw enkele maanden vertraging doordat na de eerste plenaire bespreking van het initiatiefvoorstel in de Tweede Kamer een pauze werd ingelast voor het houden van een zgn. Breed Overleg. Dit overleg tussen een groot aantal maatschappelijke organisaties had tot doel een breed gedragen voorstel te formuleren voor verankering van de medezeggenschap van de betrokkenen bij pensioenfondsen en voor vergroting van de diversiteit van de leden van de fondsorganen. Het Breed Overleg legde weliswaar een basis voor het later, in december 2010, gesloten Convenant Bevordering Diversiteit Pensioenfondsen. Maar over de wetgeving voor medezeggenschap ontstond in het Breed Overleg geen overeenstemming. Daarna wilden weer verschillende fracties met de verdere afhandeling in de Tweede Kamer wachten op het verschijnen van de rapporten van de commissies Frijns en Goudswaard. Ook in de Eerste Kamer ontstond vertraging. Overwogen is het initiatiefwetvoorstel tegelijk te behandelen met het door het kabinet aangekondigde, nog in te dienen, wetsvoorstel ter versterking van de bestuursstructuur van pensioenfondsen. Uiteindelijk is echter besloten het initiatiefvoorstel, dat te beschouwen is als een eerste fase voorafgaande aan de algehele modernisering van de bestuursstructuur voor pensioenfondsen, afzonderlijk te behandelen.

Reactie initiatiefnemers medezeggenschapsvoorstel naar Eerste Kamer
woensdag 8 juni 2011

Nu de nieuwe Eerste Kamer door de Provinciale Staten is gekozen kan dit college overgaan tot afhandeling van het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Koser Kaya (D66) en Blok (VVD) over de medezeggenschap van gepensioneerden in pensioenfondsbesturen. Daartoe hebben de beide initiatiefnemers op 1 juni 2011 hun schriftelijke reactie (Memorie van Antwoord) ingediend op de schriftelijke vragen en opmerkingen over het wetsvoorstel van de fracties uit de oude Kamer. Hier volgen enkele principieel belangrijke passages uit de antwoorden (aan de PvdA-fractie):

De fractie van de PvdA veronderstelde dat het wetsvoorstel was gebaseerd op de opvatting dat de gepensioneerden niet adequaat worden vertegenwoordigd door de vakorganisaties. De initiatiefnemers laten weten dat dit een misvatting is. Zij staan op het standpunt dat de wetgever zich moet onthouden van het geven van een oordeel over de vraag of een belangenorganisatie adequaat functioneert of niet. Een oordeel hierover is uitsluitend aan de betrokken leden. De indiening van het wetsvoorstel houdt dus op geen enkele wijze een beoordeling of zelfs een veroordeling in van het functioneren van de vakbeweging. De initiatiefnemers willen hier ook afrekenen met het hardnekkig in stand gehouden misverstand dat het voorstel een eenzijdige aandacht zou hebben voor de vertegenwoordiging van het deelbelang van de gepensioneerden. Dat is eveneens onjuist! In het voorstel bestaat sterke aandacht voor het feit dat speciaal in de bedrijfstakpensioenfondsen de meeste besturen momenteel eenzijdig zijn samengesteld. Hierin hebben volgens de Pensioenwet slechts twee deelbelangen, namelijk die van werkgevers en van werknemers, een recht op vertegenwoordiging, terwijl dit recht voor het derde deelbelang, de gepensioneerden, ontbreekt. Omdat de categorie gepensioneerden bij deze fondsen geen zelfstandig in de wet genoemd recht op bestuursparticipatie bezit, hebben thans in feite alleen de gepensioneerden die lid zijn van een vakorganisatie een mogelijkheid om de bestuurssamenstelling te beïnvloeden. De overige groepen gepensioneerden, waaronder bijvoorbeeld de leden van de lidorganisaties van CSO, vallen buiten de boot. Om hier een einde aan te maken dient de categorie gepensioneerden in beginsel formeel, en in zijn geheel, gelijke rechten te verkrijgen op bestuursparticipatie als de categorie deelnemers/werknemers.

De initiatiefnemers hebben kennis genomen van de door de PvdA-fractie gememoreerde cijfers om aan te geven dat de vakorganisaties redelijkerwijs geacht kunnen worden ook de groep gepensioneerden te vertegenwoordigen. Maar deze cijfers hebben in het kader van dit wetsvoorstel naar hun mening slechts een beperkte betekenis. Ze geven aan dat de vakbeweging inderdaad naast de actieve deelnemers ook een belangrijke groep gepensioneerden vertegenwoordigt. Dat is door de initiatiefnemers ook nooit ontkend. Volgens gegevens van het CBS bedroeg in 2008 het aantal gepensioneerden dat bij de vakbonden is aangesloten, inclusief ANBO, 412.000. Naast de vakbeweging zijn evenwel ook tal van zelfstandige organisaties voor gepensioneerden en ouderen tot ontwikkeling gekomen met vele leden. Zo zijn er bij de lidorganisaties van CSO en enkele niet-aangesloten bonden ongeveer 600.000 ouderen aangesloten. Gesteld mag worden dat het aantal gepensioneerde leden van alle ouderenorganisaties tezamen beduidend hoger is dan het aantal gepensioneerde leden van een vakbond. Daarnaast is een groot deel van de gepensioneerden ongeorganiseerd. Bij ondernemingspensioenfondsen wordt dit deel in een aantal deelnemersraden vertegenwoordigd door individuele personen die daartoe gekozen zijn via vrije kandidaatstelling. De vakbeweging kan dus claimen gepensioneerden te vertegenwoordigen, maar niet als enige met uitsluiting van de zelfstandige belangenorganisaties van gepensioneerden. Ons land kent organisatievrijheid. De overheid dient een neutrale houding in te nemen ten opzichte van de verschillende vormen van belangenbehartiging. De overheid moet garanderen dat de gepensioneerden en hun zelfgekozen belangenorganisaties het recht hebben op voet van gelijkheid met de werknemers en hun belangenorganisaties deel te nemen aan de benoemingsprocedures voor fondsbesturen.

Het is overigens nog niet bekend wanneer de mondelinge afhandeling van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer precies zal plaatsvinden. Dat zal waarschijnlijk in één van de komende zomermaanden het geval zijn.
Definitie gepensioneerden
vrijdag 11 januari 2008

In deze website wordt in het algemeen onder "gepensioneerden" verstaan: personen met een ouderdoms-, nabestaanden of arbeidsongeschiktheidspensioen. Daarmee wordt aangesloten bij het spraakgebruik dat nog is ontstaan tijdens de werking van de oude Pensioen- en spaarfondsenwet. Dit wijkt evenwel af van de nieuwe begrippen uit de in 2007 ingegane Pensioenwet waarin onder gepensioneerden alleen nog maar personen met een ouderdomspensioen worden verstaan. Personen met een ouderdoms-, nabestaanden of arbeidsongeschiktheidspensioen worden in de huidige Pensioenwet tezamen aangeduid met het begrip "pensioengerechtigden". Het spraakgebruik heeft zich evenwel nog niet geconformeerd aan de nieuwe wettelijke definitie. Terwille van de toegankelijkheid van deze website is er daarom vooralsnog van afgezien om het woordgebruik aan deze nieuwe wettelijke definitie aan te passen.

De maat is vol!
zondag 1 oktober 2006

“Je bent soms wat ongedurig en drammerig”, zei iemand laatst tegen me. Ik vond het niet leuk om te horen.

Het gebeurde in 1968. Als kersvers Kamerlid voor D66 ontving ik een verzoek van de samenwerkende organisaties van gepensioneerden in de overheidssector (SPO) om een eigen vertegenwoordiging te verkrijgen in het toporgaan van het pensioenfonds ABP. Zij vonden dit redelijk omdat de gepensioneerden het meest betrokken zijn bij een goede functionering van het fonds. Evident, dacht ik. Een makkie! Dat heb ik geweten. Geen makkie dus. Ik gooide er twee series Kamervragen, enkele amendementen en een motie tegenaan. Zonder resultaat. In 1985 verscheen een rapport van de Nederlandse Federatie voor Bejaardenbeleid. Dit rapport bevatte een krachtig pleidooi voor de toekenning van een zelfstandig wettelijk recht voor de gepensioneerden op vertegenwoordiging in de besturen van hun pensioenfondsen. Alle ouderenorganisaties in ons land ondersteunden dit pleidooi. Kom, dacht ik, nu zal de redelijkheid hiervan wel tot de politiek zijn doorgedrongen. Kamervragen. Weer geen resultaat. Dan maar een initiatiefwet. De meerderheid van de Tweede Kamer vond invloed van gepensioneerden in pensioenfondsbesturen echter te dol; maar gepensioneerden zouden wel samen met de werknemers mee mogen doen in adviserende deelnemersraden. Mijn initiatiefwet is toen aangevuld met een onderdeel over zulke raden. Dat werd door de beide Kamers aangenomen en trad in 1990 in werking. Op zichzelf wel een stap vooruit want de deelnemersraden hebben zich in vele gevallen ontwikkeld tot goede vertegenwoordigers van de pensioenverzekerden. Het belangrijkste doel, het recht voor de gepensioneerden op medebestuur van hun fondsen, werd evenwel nog niet bereikt. De Tweede Kamer schrapte dat uit het voorstel.

Om het doel dichterbij te brengen heb ik na mijn Kamerperiode in een open projectgroep tezamen met vier collega’s uit de ouderenorganisaties gewerkt aan een voorontwerp van wet. Dit voorontwerp kwam in 2002 gereed. Het werd de basis voor een tweede initiatiefwetsvoorstel van D66, dat in hetzelfde jaar is ingediend toen de onderhandelingen tussen de Stichting van de Arbeid en de ouderenorganisaties (CSO) over een tweede medezeggenschapsconvenant stagneerden. In 2003 ontstond dat convenant toch nog onverwachts. De beide medezeggenschapsconvenanten brachten in een deel van de ondernemingspensioenfondsen het recht voor de gepensioneerden op medebestuur een stap dichterbij. Maar dat gold bijvoorbeeld niet voor bedrijfstakfondsen waarbij 80% van de gepensioneerden is aangesloten. Omdat bleek dat het tweede convenant onvoldoende werd nageleefd is de strekking hiervan opgenomen in de nieuwe Pensioenwet. Hierdoor krijgen de gepensioneerden in de bedrijfstakfondsen evenwel nog steeds geen rechten op medebestuur; daarvoor blijft het tweede initiatiefwetsvoorstel noodzakelijk. Een Kamermeerderheid is echter niet bereid dat voorstel te behandelen tijdens de looptijd van het convenant (tot eind 2007). Wachten dus tot na de afloop van het convenant. Er is één troost. Prof. Lutjens noemt het verzet van de sociale partners tegen het initiatiefwetsvoorstel een achterhoedegevecht.

Hoezo ongedurig en drammerig, na 38 jaar? Mag ik even? Evenals voor een groeiende groep gepensioneerden is voor mij de maat nu vol. Zijn wij als gepensioneerden een minder soort mensen?

Vandaar deze website, om het allemaal een beetje zichtbaar te maken.

 

Erwin Nypels 

   

© http://nypels.nl, powered by Mambo, Designed by Carel Nypels and SiteGround