|
Documentatie medezeggenschap gepensioneerden |
Redactie: drs. Erwin Nypels, oud-lid Tweede Kamer voor D66. |
|
donderdag 10 januari 2013 |
Samen met Drs. M.P. Broekhuijsen en F.H.W. Brouwer heeft de redacteur van deze website een analyserapport samengesteld over de verschillen van het wetsvoorstel Versterking bestuur pensioenfondsen en de initiatiefwet Koser Kaya / Blok en over de problematiek met betrekking tot de inwerkingtreding. In januari 2012 heeft de Eerste Kamer het initiatiefwetsvoorstel Koser Kaya / Blok over het recht op bestuursdeelname voor gepensioneerden in hun pensioenfondsen behandeld. Dat voorstel is toen met ruime meerderheid aangenomen en is daarna tot wet verheven. Het vorige kabinet verklaarde zich bij de behandeling bereid om de initiatiefwet geheel of grotendeels als onderdeel op te nemen in een nog in te dienen ruimer wetsvoorstel Versterking bestuur pensioenfondsen (het zgn. structuurvoorstel). Het streven was erop gericht dit nieuwe structuurvoorstel als wet op 1 januari 2013 te laten ingaan. Tussen het vorige kabinet, de beide initiatiefnemers en de fractiewoordvoerders in de Eerste Kamer is toen eveneens duidelijk afgesproken dat wanneer dit streven niet gehaald zal worden, de initiatiefwet per 1 januari 2013 inwerking zal treden. In februari 2012 heeft het vorige kabinet het Wetsvoorstel bestuur pensioenfondsen ook werkelijk bij de Tweede Kamer ingediend. Het kabinetsvoorstel week echter bij de vormgeving van het recht op bestuurdeelname voor gepensioneerden op vijf cruciale punten af van de initiatiefwet Koser Kaya / Blok. De verdere afhandeling van het structuurvoorstel is daarna door de verkiezingen en de kabinetswisseling sterk vertraagd. Op 21 december van vorig jaar heeft het nieuwe kabinet door een nota van wijziging het structuurvoorstel evenwel gewijzigd. Bij drie van de vijf punten wordt alsnog de initiatiewet gevolgd of wordt een gelijkwaardige regeling opgenomen. Op zichzelf een verbering, maar er blijven toch nog twee belangrijke verschillen bestaan. In afwijking van de initiatiefwet heeft het structuurvoorstel enkele bepalingen om het aantal bestuurszetels voor de gepensioneerden te maximeren. En in de initiatiefwet kennen de deelnemersraad en een minderheid van die raad een beroepsrecht. In het structuurvoorstel vervalt voor de opvolger van de deelnemersraad een soortgelijk beroepsrecht. Op 21 december van het vorige jaar heeft de staatssecretaris voor Sociale Zaken namens het nieuwe kabinet in brieven aan de Eerste en Tweede Kamer meegedeeld dat de streefdatum van 1 januari 2013 voor de afhandeling van het nieuwe structuurvoorstel niet wordt gehaald. In afwijking van de toezegging van het vorige kabinet kondigt het kabinet aan dat de inwerkingtreding van de initiatiefwet Koser Kaya / Blok een half jaar zal worden verschoven van 1 januari 2013 naar 1 juli 2013. Commentaar: Zowel het vorige kabinet als het nieuwe kabinet hebben bij het wetsvoorstel Versterking bestuur pensioenfondsen voorstellen gedaan die bij uiterst belangrijke onderdelen negatief afwijken van een pas daarvoor door de Staten-Generaal aanvaarde wetgeving (de initiatiefwet Koser Kaya / Blok). Dit is in onze democratie ten principale onjuist. Het verdient aanbeveling dat de Tweede Kamer door amendering het structuurvoorstel in overeenstemming brengt met de wetgeving zoals die door de Staten-Generaal heeft plaatsgevonden. De in de Eerste Kamer in januari van het vorige jaar gemaakte afspraak tussen het vorige kabinet, de initiatiefnemers en de fractiewoordvoerders over de inwerkingtreding van de initiatiefwet was een harde, politiek bindende afspraak. Volgens die afspraak zou de initiatiefwet op 1 januari 2013 inwerking treden wanneer blijkt dat het structuurvoorstel op die datum nog niet is afgehandeld. Deze afspraak garandeerde dat de gepensioneerden hetzij via een structurele wetgeving van het kabinet, hetzij via de initiatiefwet, uiterlijk op 1 januari 2013 het wettelijk recht op bestuursdeelname zouden verkrijgen. De door het huidige kabinet aangekondigde verschuiving van de ingangsdatum van de initiatiefwet Koser Kaya / Blok met een half jaar naar 1 juli 2013 roept daarom ernstige bezwaren op. Het niet nakomen van deze toezegging van het voorgaande kabinet door het huidige kabinet zal het vertrouwen van de gepensioneerden in de overheid en meer in het algemeen in de politiek ernstig aantasten. Deze verschuiving van de ingangsdatum van de initiatiefwet mag beschouwd worden als strijdig met de beginselen van goed bestuur. |
|
maandag 17 december 2012 |
|
Beschouwing van de redacteur:
De initiatiefwet Koser Kaya / Blok over het medebestuursrecht voor gepensioneerden in pensioenfondsen behoort op 1 januari 2013 inwerking te treden. Door deze wet zal de achterstelling van de gepensioneerden bij de medezeggenschap in pensioenfondsen ten opzichte van de deelnemende werknemers ten principale worden opgeheven. Maar het Koninklijk Besluit voor die inwerkingtreding is zo kort voor die datum nog steeds niet verschenen. Hierover ontstaat onrust bij gepensioneerden en het roept bij hen de vraag op of de politiek nog wel te vertrouwen is.
De datum van 1 januari 2013 nadert nu met rasse schreden. Het is wenselijk dat het huidige kabinet zo snel mogelijk laat blijken dat het niet kiest voor een “eenzijdige contractbreuk” maar dat het de geldende afspraak van 24 januari 2012 in de Eerste Kamer over de inwerkingtreding van de initiatiefwet Koser Kaya / Blok zonder omwegen zal nakomen. In het huidige kabinet zitten op dit moment twee personen die, zij het in een andere functie, bij het maken van deze afspraak een sleutelpositie innamen: Kamp en Blok. Dat zal er ongetwijfeld toe kunnen bijdragen dat dit kabinet over de inwerkingtreding van de initiatiefwet een besluit neemt dat het vertrouwen van de gepensioneerden niet zal beschamen. |
|
Lees verder...
|
|
dinsdag 31 januari 2012 |
|
Na 44 jaar begint de victorie! Vandaag, 31 januari 2012, heeft de Eerste Kamer het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Koser Kaya (D66) en Blok (VVD) over de medezeggenschap van gepensioneerden in pensioenfondsbesturen, met ruim twee/derde meerderheid aanvaard. De Tweede Kamer had het voorstel al op 1 juli 2010 aangenomen. Omdat de werkgevers- en werknemersorganisaties van de Stichting van de Arbeid zich langdurig tegen een dergelijke wetgeving hebben verzet vormt de beslissing van de Eerste Kamer een doorbraak in de medezeggenschapsverhoudingen! Voor stemden de fracties van VVD, CDA, PVV, D66, GroenLinks, ChristenUnie, SGP, Partij voor de Dieren, Onafhankelijke Senaatsfractie en 50Plus (tezamen 53 zetels); tegen de fracties van PvdA en SP (tezamen 22 zetels). Het aangenomen voorstel heeft vooral betekenis voor de gepensioneerden van de bedrijfstakpensioenfondsen, waarbij 80% van de gepensioneerden in ons land is aangesloten. Deze gepensioneerden krijgen nu een wettelijk recht op vertegenwoordiging in de besturen van hun pensioenfondsen. (De gepensioneerden van ondernemingspensioenfondsen hebben al, zij het geclausuleerd, een dergelijk recht). Het kabinet is bereid om het initiatiefvoorstel, nu het ook door de Eerste Kamer is aangenomen, als integraal onderdeel op te nemen in de aangekondigde wetgeving over de bestuursstructuur van de pensioenfondsen. Het kabinet streeft er naar dit kabinetsvoorstel te laten ingaan op 1 januari 2013. Mocht dit onverhoopt niet lukken dan zal op 1 januari 2013 de wet Koser Kaya / Blok als interim maatregel van kracht worden. Het gevecht om de gepensioneerden binnen de pensioenfondsen gelijke rechten op medezeggenschap toe te kennen als de werknemers begon bijna 44 jaar geleden op 21 maart 1968. Toen zijn hierover in de Tweede Kamer schriftelijke vragen gesteld met betrekking tot het pensioenfonds ABP. Een beknopt overzicht van deze lijdensweg is gegeven op de eerste pagina van hoofdstuk Initiatiefwetsvoorstel van deze website.
Een samenvatting van het door de Eerste Kamer aanvaarde wetsvoorstel is eveneens opgenomen in het hoofdstuk Initiatiefwetsvoorstel, op de pagina Definitieve inhoud. |
|
zondag 1 oktober 2006 |
|
“Je bent soms wat ongedurig en drammerig”, zei iemand laatst tegen me. Ik vond het niet leuk om te horen. Het gebeurde in 1968. Als kersvers Kamerlid voor D66 ontving ik een verzoek van de samenwerkende organisaties van gepensioneerden in de overheidssector (SPO) om een eigen vertegenwoordiging te verkrijgen in het toporgaan van het pensioenfonds ABP. Zij vonden dit redelijk omdat de gepensioneerden het meest betrokken zijn bij een goede functionering van het fonds. Evident, dacht ik. Een makkie! Dat heb ik geweten. Geen makkie dus. Ik gooide er twee series Kamervragen, enkele amendementen en een motie tegenaan. Zonder resultaat. In 1985 verscheen een rapport van de Nederlandse Federatie voor Bejaardenbeleid. Dit rapport bevatte een krachtig pleidooi voor de toekenning van een zelfstandig wettelijk recht voor de gepensioneerden op vertegenwoordiging in de besturen van hun pensioenfondsen. Alle ouderenorganisaties in ons land ondersteunden dit pleidooi. Kom, dacht ik, nu zal de redelijkheid hiervan wel tot de politiek zijn doorgedrongen. Kamervragen. Weer geen resultaat. Dan maar een initiatiefwet. De meerderheid van de Tweede Kamer vond invloed van gepensioneerden in pensioenfondsbesturen echter te dol; maar gepensioneerden zouden wel samen met de werknemers mee mogen doen in adviserende deelnemersraden. Mijn initiatiefwet is toen aangevuld met een onderdeel over zulke raden. Dat werd door de beide Kamers aangenomen en trad in 1990 in werking. Op zichzelf wel een stap vooruit want de deelnemersraden hebben zich in vele gevallen ontwikkeld tot goede vertegenwoordigers van de pensioenverzekerden. Het belangrijkste doel, het recht voor de gepensioneerden op medebestuur van hun fondsen, werd evenwel nog niet bereikt. De Tweede Kamer schrapte dat uit het voorstel. Om het doel dichterbij te brengen heb ik na mijn Kamerperiode in een open projectgroep tezamen met vier collega’s uit de ouderenorganisaties gewerkt aan een voorontwerp van wet. Dit voorontwerp kwam in 2002 gereed. Het werd de basis voor een tweede initiatiefwetsvoorstel van D66, dat in hetzelfde jaar is ingediend toen de onderhandelingen tussen de Stichting van de Arbeid en de ouderenorganisaties (CSO) over een tweede medezeggenschapsconvenant stagneerden. In 2003 ontstond dat convenant toch nog onverwachts. De beide medezeggenschapsconvenanten brachten in een deel van de ondernemingspensioenfondsen het recht voor de gepensioneerden op medebestuur een stap dichterbij. Maar dat gold bijvoorbeeld niet voor bedrijfstakfondsen waarbij 80% van de gepensioneerden is aangesloten. Omdat bleek dat het tweede convenant onvoldoende werd nageleefd is de strekking hiervan opgenomen in de nieuwe Pensioenwet. Hierdoor krijgen de gepensioneerden in de bedrijfstakfondsen evenwel nog steeds geen rechten op medebestuur; daarvoor blijft het tweede initiatiefwetsvoorstel noodzakelijk. Een Kamermeerderheid is echter niet bereid dat voorstel te behandelen tijdens de looptijd van het convenant (tot eind 2007). Wachten dus tot na de afloop van het convenant. Er is één troost. Prof. Lutjens noemt het verzet van de sociale partners tegen het initiatiefwetsvoorstel een achterhoedegevecht. Hoezo ongedurig en drammerig, na 38 jaar? Mag ik even? Evenals voor een groeiende groep gepensioneerden is voor mij de maat nu vol. Zijn wij als gepensioneerden een minder soort mensen? Vandaar deze website, om het allemaal een beetje zichtbaar te maken. Erwin Nypels |
|
|
|